| |
’t Giet deur
19 november 2009
Het is al weer een aantal jaren geleden dat voorzitter Karel Greven het tijdens een Algemene Vergadering van de KNSA, toen nog in Hooglanderveen, heel nadrukkelijk stelde: ‘Hoe dan ook, die schietbaan moet er komen.’ Greven heeft het sindsdien nog enkele keren herhaald, maar na de laatste Algemene Vergadering die in april van dit jaar plaatsvond op het Nationaal Sportcentrum Papendal, werd het wel angstig stil.
Greven weet het. Zegt dat dat ook niet de bedoeling was. Maar nu, terwijl de kalender november 2009 aanwijst, durft hij het uit volle borst te roepen: ‘’t Giet deur.’ In het Drents dus. De 300-meterbaan in Emmen komt er!

Stichting De laatste hindernissen zijn uit de weg geruimd. En sterker nog: voor de bouw en exploitatie van deze schietbaan heeft het KNSA-bestuur inmiddels ook al een separate stichting opgericht. Deze stichting, genaamd Stichting Ontwikkeling en Exploitatie Schietsportaccommodaties (kortweg: Stichting OES) zal verantwoordelijkheid nemen voor de bouw en exploitatie van deze accommodatie en wellicht ook voor andere accommodaties in de toekomst. Egbert IJzerman is er de voorzitter van, Gerda Lejeune treedt op als secretaris/penningmeester en Jan Aartsen en Harry IJzerman zijn de overige bestuursleden.
De eerste bouwwerkzaamheden zijn inmiddels ook al van start gegaan en aan twee grote partijen gegund. De Grontmij zal vooral het grondwerk en de directievoering tijdens de bouw voor haar rekening nemen en Voortman Staalbouw uit Rijssen zal de bouw van de schermen uitvoeren. Geen sinecure die laatste klus, de bouw van die schermen. Ze zullen voor het grootste deel in de fabriek in Rijssen worden gefabriceerd en vanaf daar worden vervoerd naar Emmer-Compascuum.
Moeizaam Maar toch, eerst nog even terug naar zaterdag 4 april van dit jaar toen de KNSA op Papendal vergaderde. ‘Het is moeizaam om die schietbaan te realiseren,’ liet Greven toen aan het einde van zijn traditioneel zeer inhoudelijke openingsspeech weten. En ook: ‘Nou, hij is er nog niet, en ik zal ook niet zeggen dat ie er niet komt, maar we zijn er nog niet. Weliswaar zijn wij nu zo ver dat alle vergunningen - althans het uitzicht op de definitieve vergunningen - zijn verkregen; nu gaat het om de financiering van deze baan. Ik hoef u niet te vertellen dat juist de financiering op dit moment, gezien de financiële crisis waarin Nederland zich bevindt, een probleem is. Het verstrekken van een hypotheek is in zijn algemeen al een probleem, laat staan voor een schietaccommodatie die wordt beschouwd als een zogenaamd exploitatiegebonden onroerend goed, en die vervolgens door banken wordt gezien als een risicovolle investering. Met man en macht bekijken wij de mogelijkheden om te bezuinigen op onderdelen van deze schietbaan, zodat de financiering eenvoudiger wordt; de keerzijde daarvan is echter wel ook dat de subsidiebijdrage navenant minder wordt. Kortom: wij werken nog immer aan een realisering van deze 300-meter-schietbaan maar de haalbaarheid is nog onzeker.’
Het is – gelukkig zegt een lachende Greven nu – allemaal verleden tijd. De laatste beroepstermijn voor de allerlaatste vergunning is verstreken, de financiering is rond en de KNSA-voorzitter is er met Stichtings-voorzitter Egbert IJzerman van overtuigd dat het al uit de jaren negentig van de vorige eeuw daterende verhaal van de 300-meterbaan een happy end krijgt. Want zo lang wordt er al gesproken en gewerkt aan de plannen voor de realisering van een langeafstandsbaan. Eigenlijk al sinds de ingebruikname van het Schietsportcentrum in Emmen. Inderdaad in de jaren negentig.
Dossier KNSA-directeur Sander Duisterhof heeft – met het inmiddels zeer dikke dossier bij de hand – de wat kan worden genoemd facts en figures, de cijfertjes en de feiten. Zegt: ‘Al sinds de jaren 90, wanneer het Schietsportcentrum Emmen in gebruik is genomen, zijn er plannen voor een langeafstandsbaan. Eind jaren 90 is daarvoor zelfs vergunning afgegeven, te weten voor schietbanen tot en met 300 meter. Echter, de benodigde financiële middelen waren niet aanwezig bij de Stichting Schiet- en Jachtsportcentrum Emmen om deze accommodatie te realiseren. Bovendien is een 300-meter-schietbaan moeilijk te exploiteren. De investeringen zijn hoog en het gebruik van een dergelijke accommodatie is onzeker. Uiteindelijk is de geldigheid van de Milieuvergunning voor de Stichting Schiet- en Jachtsportcentrum Emmen toen komen te vervallen.’
Dat laatste bleek – los even van het geld, ook niet onbelangrijk bij een project als deze baan waarbij het om een investering van meer dan een miljoen euro gaat – uiteindelijk een vertragende factor te worden. Niet omdat er in het Drentse geen medewerking zou zijn – integendeel – maar omdat de ambtelijke molens in Nederland gewoon niet snel draaien. Voor alles staan periodes, termijnen, en hoe je je ook wendt of keert, ze moeten worden doorlopen.
Vurige wens Maar terug naar de jaren 90. Ook in die jaren (en daarna) leefde bij het toenmalige KNSA-bestuur al lang de vurige wens om een 300-meter-schietbaan te realiseren. Duisterhof: ‘Het aantal voor civiel gebruik beschikbare militaire schietbanen is in de afgelopen tientallen jaren drastisch teruggelopen. Op dit moment zijn nog slechts vijf militaire schietbanen voor schietverenigingen in Nederland beschikbaar en het aantal uren van die beschikbaarheid is uiterst mager. En aan de andere kant: de populariteit van het grootkalibergeweer-schieten in Nederland op 100 meter, maar zeker ook op 300 meter, is groot.’
En voorzitter Greven aanvullend: ‘Het KNSA-bestuur is van mening dat het grootkalibergeweer-schieten in Nederland moet worden gewaarborgd. En dan het liefst in de puurste vorm van het grootkalibergeweer-schieten op lange afstanden, bij voorkeur 300 meter, in de buitenlucht. Dat hebben we nu bereikt. Dat is iets waar we denk ik erg trots op mogen en kunnen zijn.’
Streng Directeur Duisterhof weet als van geen ander en van zeer nabij dat er jarenlang is gezocht naar een locatie om eventueel een 300-meter-schietbaan te kunnen realiseren. ‘Verschillende plaatsen zijn onderzocht, gesprekken met burgemeesters zijn gevoerd, waarna uiteindelijk maar één locatie is overgebleven waar de realisatie van een 300-meter-schietbaan nog mogelijk is. Emmen dus. De milieuvoorschriften in Nederland op het gebied van geluid, ruimte en veiligheid zijn zo streng, dat maar weinig locaties zich daarvoor nog lenen.’
Greven en Duisterhof prijzen zich gelukkig dat het gemeentebestuur van Emmen nog immer enthousiast is over het schietsportcentrum dat deel uitmaakt van een totaal geluidssportcentrum, om precies te zijn in Emmer-Compascuum, een klein dorp in de periferie van Emmen. ‘Maar,’ zeggen beiden achterom kijkend naar de jaren die zijn verstreken, ‘de Stichting Schiet- en Jachtsportcentrum Emmen was en is financieel niet in staat een 300-meter-accommodatie te bouwen.’

Initiatief KNSA Het KNSA-bestuur heeft daarom toen besloten daartoe zelf het initiatief te nemen; uiteraard in overleg met het stichtingsbestuur omdat die stichting de eigenaar van de grond is waarop deze 300-meterbaan gerealiseerd zou moeten worden. Een paar jaar geleden zijn de eerste plannen daarvoor gemaakt, zijn tekeningen geproduceerd, is een bestek, de omschrijving van de bouw, geschreven en is het plan doorgerekend. Duisterhof: ‘Maar de kosten daarvan bleken ook voor de KNSA te hoog.’
Er is daarop naar alternatieven gezocht en uiteindelijk is, aldus Greven en Duisterhof, de noodzakelijke besparing gevonden in het type schermen dat gebouwd wordt en in het aantal schermen. Stichtingsvoorzitter IJzerman: ‘Traditiegetrouw wordt een schermenbaan uitgerust met schermen die als een soort lamellen dwars over de baan worden gebouwd, van beton dat is betimmerd met hout op regelwerk. Beton is echter op dit moment kostbaar en bovendien duur in onderhoud. Er is gezocht naar een alternatief en uiteindelijk is gekozen voor stalen schermen, uiteraard ook bekleed met hout om ricochet tegen te gaan.’
Verlaagde baanzool Uitgaande van de Milieuwetgeving en het Handboek Schietinrichtingen dat daar uit voortvloeit, zou op een 300-meterbaan het aantal schermen 52 stuks moeten bedragen; niet alleen vanwege het direct aanschietbare ricochetgevaar (terugkaatsing), maar vooral vanwege een mogelijk ricochet vanaf de grond waardoor de projectielen de baan zouden kunnen verlaten, is een groot aantal schermen volgens de Nederlandse voorschriften noodzakelijk. Maar ook daarvoor is een oplossing gevonden, namelijk de baanzool wordt op een aantal punten verlaagd, zodanig verlaagd dat het moment waarop het projectiel de baanzool raakt veel later is en daardoor de ricochetmogelijkheden minder worden.
 Klik op de tekening voor een vergroting.
IJzerman: ‘Dat heeft ertoe geleid dat uiteindelijk het aantal schermen kon worden teruggebracht tot 17 stuks. En dat scheelt financieel veel meer dan de bekende slok op de nog bekendere borrel.’ De stalen schermen worden overigens bevestigd op een portaal dat bijna 35 meter breed is in een vakwerkconstructie, ook wel bekend als de portalen over de Nederlandse snelwegen, waarop matrixborden zijn bevestigd. Vervolgens wordt het stalen scherm bekleed met hout op een regelwerk. Dit type bouw met stalen schermen kan als innovatief voor Nederland worden beschouwd.
Subsidies Kortom, vatten Greven en Duisterhof samen, een aantal besparingen die het mogelijk hebben gemaakt de schietbaan toch te realiseren. ‘Nog afgezien van de aanzienlijke besparingen in de bouwkosten, hebben ook het Ministerie van VWS en NOC*NSF een subsidiebijdrage toegezegd.’ Tenslotte is een besparing bereikt door alle aanvankelijk geplande opstallen zoals kleedruimtes, instructieruimtes, toiletten, douches, enzovoorts, vooralsnog niet te bouwen. Daarvoor kan gebruik gemaakt worden van het reeds bestaande gebouw van het Schietsportcentrum Emmen.
IJzerman zegt dat wanneer de exploitatie in de toekomst daarvoor de ruimte biedt, deze opstallen in fase 2 alsnog zullen worden gebouwd, zodat die faciliteiten alsnog worden geboden. ‘De baan wordt eerst dus gebouwd met 17 schermen en een baanzool die ruim 23 meter breed is, zodat op 300 en 100 meter 14 schietpunten kunnen worden geïnstalleerd en op 50 meter 18 schietpunten kunnen worden geïnstalleerd. Uiteraard wordt de baan voorzien van elektronische schotwaardering. De standplaats schutter is overdekt met een dak van 12 meter diep en 25 meter breed.’
Lening Voor de bouw en exploitatie van deze schietbaan heeft het KNSA-bestuur dus inmiddels een separate stichting opgericht. Deze Stichting Ontwikkeling en Exploitatie Schietsportaccommodaties (Stichting OES) zal verantwoordelijkheid nemen voor de bouw en exploitatie van deze accommodatie en wellicht ook voor andere accommodaties in de toekomst. De gelden die de KNSA voor deze baan beschikbaar stelt, zullen in de vorm van een lening aan de stichting worden verstrekt tegen een marktconforme rente.
De keuze voor Egbert IJzerman als voorzitter van de Stichting OES noemt Greven evident. Zoals ook die van de andere bestuursleden dat is. Greven; ‘Egbert IJzerman is immers de KNSA-penningmeester en gezien de financiële middelen die de KNSA beschikbaar stelt, is zijn voorzitterschap van deze stichting logisch. Gerda Lejeune is eveneens KNSA-bestuurslid en tevens voorzitter van District 3 en voorzitter van de Landelijke Technische Commissie Historische Wapens en heeft met name vanuit die laatste hoedanigheid veel affiniteit met schietsportdisciplines op lange afstanden in de buitenlucht. Harry IJzerman is voorzitter van de Landelijke Technische Commissie Groot Kaliber Geweer en voorzitter van de Schietvereniging Neerlandia in Ede waar al veel ervaring is met een 100-meter-binnenschietbaan. Jan Aartsen tenslotte, oud-lid van het Algemeen Bestuur, sportschutter maar tevens jager, en vanwege de exploitatie van de schietbaan niet alleen voor de sportschutterij maar ook voor de jagers, bovendien woonachtig in Noord-Nederland, is geen verrassende keuze.’
Opties Het bestuur wordt in zijn werkzaamheden bijgestaan door de directeur van de KNSA en door het bondsbureau in Leusden. Greven: ‘Kortom, een bestuur dat op zijn taak berekend is en in staat moet zijn om deze schietbaan te bouwen en een gezonde exploitatie op te zetten.’ De wijze waarop de exploitatie zal plaatsvinden is volgens voorzitter IJzerman nog niet definitief bekend. ‘Daarvoor zijn verschillende opties, waarbij te denken valt aan een passensysteem zoals dat op de militaire baan De Harskamp al jarenlang gebruikelijk is. In ieder geval ligt daar voor het nieuwe stichtingsbestuur nog een schone taak,’zegt hij met enig understatement.
|
|
 |
|