de KNSA

Wet- en regelgeving

2.1


Indien de schietsportvereniging beschikt over een eigen schietsportaccommodatie, dient zij te beschikken over een geldige Hinderwetvergunning, Milieuvergunning of Omgevingsvergunning of melding in het kader van het Activiteitenbesluit. Een kopie van deze vergunning of van de melding dient op de accommodatie aanwezig te zijn. Schietsportverenigingen die niet over een eigen accommodatie beschikken, dienen wel te beschikken over een kopie van deze geldige vergunning of melding.

Toelichting 2.1

Indien de vereniging niet over een eigen accommodatie beschikt, dient deze wel over een kopie daarvan te beschikken, zodat het verenigingsbestuur bekend is met de voorwaarden waaraan het dient te voldoen voor het gebruik van de accommodatie.

Voor schietsportaccommodaties geldt geen vergunningplicht in het kader van de Milieuwetgeving. Schietsportaccommodaties vallen onder de Wet milieubeheer, zowel binnen-schietbanen als buiten-schietbanen. Het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende Activiteitenregeling bevatten voorschriften waaraan alle schietbanen moeten voldoen. Het verenigingsbestuur moet bij het stichten van een nieuwe schietsportaccommodatie, dan wel bij een wijziging daarop, voldoen aan de algemene regels van dat Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling en moet daarvan een melding doen bij het Gemeentebestuur. Een kopie van die melding moet ter plaatse op de accommodatie aanwezig zijn. Voor verenigingen die vóór 1 januari 2013 een binnen- c.q. vóór 1 januari 2016 een buiten-accommodatie in gebruik hebben genomen, dient een kopie van de destijds afgegeven vergunning (Hinderwetvergunning, Milieuvergunning of Omgevingsvergunning) daar aanwezig te zijn.

   
2.2
Indien de schietsportvereniging beschikt over een eigen kantine die door de schietsportvereniging zelf wordt geëxploiteerd, dient wanneer er sprake is van het schenken van alcoholische dranken, de schietsportvereniging over een geldige Drank- en Horecavergunning te beschikken. Het bestuur dient te kunnen overleggen een Bestuursreglement, conform de Drank- en Horecawetgeving, en de verklaringen Sociale Hygiëne van de bestuurders of andere kaderleden, die als zodanig op de Drank- en Horecavergunning als leidinggevenden staan vermeld. Het Bestuursreglement dient te zijn opgesteld overeenkomstig het model KNSA.

 

Toelichting 2.2

Schietsportverenigingen die in eigen beheer een kantine hebben waar alcohol wordt geschonken, moeten voldoen aan de vergunningseisen van de Drank- en Horecawet. Door middel van deze wet wil de Overheid het drankgebruik in de hand houden. Het uitgangspunt is dat de verstrekker van alcohol, dus ook een schietsportkantine, verantwoordelijk is voor het             alcoholgebruik van klanten (sportschutters, introducés en gasten). Zonder een vergunning van het College van Burgemeester en Wethouders mag er GEEN ALCOHOL worden geschonken. Daar waar alcohol wordt verkocht, dient met zich aan een aantal regels te houden, zoals vermeld in de Drank- en Horecawet. 

Ook de sport neemt duidelijk stelling waar het gaat om alcoholgebruik onder jongeren onder de 18 jaar. Alcohol schenken aan jongeren onder de 18 jaar kan en mag absoluut niet plaatsvinden in de sportkantine. Ook het voorkomen van rijden onder invloed vanuit een sportvereniging verdient extra aandacht van verenigingsbestuurders. NOC*NSF en andere organisaties hebben diverse ondersteuningsinstrumenten beschikbaar die zowel de sportvereniging als de gemeente kunnen helpen om een verantwoord schenkbeleid te realiseren in de sportkantine. Deze ondersteuningsinstrumenten zijn te vinden op de website www.nocnsf.nl/alcoholensport. Voor nadere informatie zie de KNSA-website.

   
2.3
De schietsportvereniging dient minimaal één maal per jaar een Algemene Vergadering te houden. In die Algemene Vergadering legt het bestuur rekening en verantwoording af over het algemeen gevoerde beleid en het voorafgaande financiële boekjaar. Die rekening en verantwoording dient binnen een termijn van maximaal zes (6) maanden na afloop van het boekjaar te geschieden.

 

Toelichting 2.3

De rekening en verantwoording van het financiële boekjaar dienen binnen een termijn van maximaal zes (6) maanden na afloop van het boekjaar te geschieden. Voorbeeld: indien het boekjaar gelijk is aan een kalenderjaar, dient de Algemene Vergadering uiterlijk vóór 1 juli van het volgend jaar te worden gehouden.

   
2.4
De schietsportvereniging is verplicht, overeenkomstig de Arbowet, een risico-inventarisatie en -evaluatie op te stellen, alsmede op te stellen een daarop gebaseerd Plan van Aanpak. Indien de schietsportvereniging 40 uur of meer per week betaalde uren laat verrichten, dient de risico-inventarisatie en -evaluatie, alsmede het Plan van Aanpak, ter toetsing te worden voorgelegd aan een Arbodienst.

 

Toelichting 2.4

In beginsel is eenieder gehouden aan de Arbowet, wanneer werkzaamheden worden uitbesteed aan een ander. Of deze werkzaamheden betaald of niet betaald (vrijwillig) plaatsvinden is niet relevant. Voor sportverenigingen geldt inmiddels wel een vrijstelling, tenzij de sportvereniging gebruik maakt van gevaarlijke stoffen en/of er bij de uitoefening van die sport een zodanige geluidsoverlast plaatsvindt, dat gehoorbescherming noodzakelijk is; aangezien dat vanwege het gebruik van kruit en het schietgeluid bij schietsportverenigingen het geval is, dienen schietsportverenigingen overeenkomstig de Arbowet, een risico-inventarisatie en -evaluatie op te stellen. Voor sportverenigingen is een speciale RI&E opgesteld door de branchevereniging Werkgeversorganisatie in de Sport (afgekort: WOS). Deze RI&E kunnen verenigingen uitvoeren op de website www.sportwerkgever.nl/rie en vervolgens kiezen voor “Sport RIE”.

   
2.5
Overeenkomstig de Wet wapens en munitie, dient de schietsportvereniging een presentieregister aan te houden, conform het model van de KNSA, waarin de schutter die een schietbeurt laat registreren zijn aanwezigheid vermeldt. 
 
 

Toelichting 2.5

Het presentieregister moet, overeenkomstig de Circulaire wapens en munitie (CWM), voldoen aan het model KNSA. Voor het model KNSA, klik hier.

     
2.6
De schietsportvereniging dient haar leden die over een eigen verlof beschikken dan wel in de toekomst mogelijk een wapenverlof zullen aanvragen, te verstrekken een door de schietsportvereniging gewaarmerkt schietbeurten-register, conform het model KNSA.  

 

Toelichting 2.6

Overeenkomstig de Circulaire wapens en munitie (CWM), dient een schietregister aan de leden die over een wapenverlof beschikken of gaan beschikken, te worden verstrekt waarin in ieder geval wordt vermeld de naam van de gemachtigde die de schietbeurt(en) aftekent, de paraaf van de gemachtigde, de datum van de schietbeurt en de stempel van de vereniging. Voor het KNSA- model van dit schietbeurtenregister, klik hier.

     
2.7 Indien de schietsportvereniging beschikt over verenigingsvuurwapens en de daarbij behorende munitie, dient de schietsportvereniging voor de uitgifte van die verenigingswapens en -munitie, richtlijnen vastgelegd te hebben; deze richtlijnen dienen te zijn conform het model KNSA. 

 

Toelichting 2.7

De uitgifte van de verenigingswapens (en de bijbehorende munitie) dient met grote zorgvuldigheid te geschieden. Het is van belang dat verenigingen daarvoor richtlijnen vaststellen die bij de leden bekend zijn. Voor een model van die richtlijnen klik hier. Verenigingen die niet over verenigingswapens beschikken, hoeven geen richtlijnen vast te stellen en kunnen deze vraag met “n.v.t.” beantwoorden.

     
2.8 Indien de schietsportvereniging beschikt over verenigingsvuurwapens, dient voor de uitgifte van die wapens een register aanwezig te zijn en bijgehouden te worden conform het model KNSA. 

 

Toelichting 2.8

Overeenkomstig de Circulaire wapens en munitie, dienen verenigingen die beschikken over verenigingswapens van de uitgifte van die wapens een register bij te houden, conform het model KNSA. Voor dat model klik hier.Verenigingen die niet over verenigingswapens beschikken, hoeven ook geen register bij te houden en kunnen deze vraag met “n.v.t.” beantwoorden.

     
2.9 Indien de schietsportvereniging munitie aan haar leden verkoopt dan wel aan haar leden ter beschikking stelt, dienen zij daarvoor te hanteren een munitiestaat conform model KNSA. 

 

Toelichting 2.9

Overeenkomstig de Circulaire wapens en munitie, dienen verenigingen die munitie aan hun leden verkopen dan wel aan hun leden ter beschikking stellen, dat te registreren in een munitiestaat. Voor het KNSA-model van die munitiestaat klik hier. Verenigingen die geen munitie aan hun leden verkopen en ook geen munitie ter beschikking stellen, hoeven geen munitiestaat bij te houden en kunnen deze vraag met “n.v.t.” beantwoorden.

     
2.10 De schietsportvereniging dient te beschikken over een register introducés, conform het model KNSA. 

 

Toelichting 2.10

Overeenkomstig de Circulaire wapens en munitie, dienen verenigingen die introducés of kandidaat-leden of anderszins personen die bij de vereniging kennismaken met de schietsport of met de schietsportvereniging, te noteren in een register introducés. Voor het KNSA-model van dit register klik hier.

     
2.11 Overeenkomstig de CWM is een differentiatie vastgelegd voor de beoefening van de schietsport met verenigingswapens dan wel met wapens van collega-schutters en voor de aanvraag van een verlof in drie (3) fasen, op grond van wapentypes. Het verenigingsbestuur dient bekend te zijn met deze differentiatie en opbouw en dient die ook overeenkomstig de regelgeving toe te passen.  


Toelichting 2.11

In de Circulaire wapens en munitie is een differentiatie in wapentypes opgenomen, al naar gelang de ervaring van sportschutters. Deze differentiatie heeft niet slechts betrekking op wapens waarvoor een verlof mag worden afgegeven, maar ook voor het gebruik van verenigingswapens of wapens van medeschutters. De door de Minister aangegeven differentiatie kent drie fasen, hieronder nader toegelicht:

Fase 1:

Sportschutters die korter dan één (1) jaar volwaardig lid zijn van een schietsportvereniging mogen de schietsport uitsluitend beoefenen met vuurwapens die zijn toegelaten in de Olympische disciplines, de disciplines van de International Shooting Sport Federation (ISSF) en de disciplines van de Muzzle Loaders Associations International Committee (MLAIC), zoals gereglementeerd door de KNSA. Sportschutters die na minimaal één (1) jaar een eerste verlof aanvragen, komen uitsluitend voor vuurwapens in aanmerking die geschikt zijn voor de beoefening van Olympische disciplines. Sportschutters die na minimaal twee (2) jaar volwaardig lidmaatschap een eerste verlof aanvragen, komen in aanmerking voor vuurwapens die geschikt zijn voor de beoefening van Olympische disciplines, ISSF-disciplines en MLAIC-disciplines. Deze vuurwapens mogen geen semi-automatische geweren zijn.

Fase 2:

Bij de eerste verlenging van een verlof of na twee (2) jaar volwaardig lidmaatschap, mag verlof worden aangevraagd niet alleen voor wapens die zijn toegelaten bij Olympische disciplines maar tevens voor wapens die zijn toegelaten binnen de disciplines van de International Shooting Sport Federation (ISSF) en de Historische-Wapensdisciplines van de Muzzle Loaders Associations International Committee (MLAIC).

Dat zijn dus grootkaliber-pistolen en –revolvers, met een maximum kaliber van 9 mm, zoals een Glock model 17, 19, 34, een CZ model 75B kaliber 9 mm Luger, een Tanfoglio Match kaliber 9 mm, een revolver Smith & Wesson model 686+ kaliber 38 Special, zolang de looplengte maar niet meer is dan 153 mm. 

Voor grootkaliber-geweren geldt dat deze zijn toegestaan in enkelschots uitvoering, niet zijnde semi-automatisch. Meerschots geweren met magazijn zijn toegestaan, maar geen magazijnen met zelfladende functie. Dat zijn geweren zoals een Keppeler 300 meter standaard kaliber 6 mm of een Steyr safe bold stainless in het kaliber .308, enzovoorts.

Voor historische wapens geldt dat alle wapens die zijn toegestaan binnen de door de KNSA c.q. de MLAIC gereglementeerde disciplines, zijn toegestaan.

Fase 3:

Bij de tweede verlenging van een verlof, is de aanvraag van een verlof toegestaan in alle andere overige door de KNSA gereglementeerde en erkende disciplines. 

Dat betekent dat wapens in semi-automatische uitvoering voor de disciplines Militair Pistool, Militair Geweer, Dynamic Service Rifle, NPSA Geweer & Pistool, Action Shooting, .30M1, zijn toegestaan wanneer deze voldoen aan de desbetreffende regelgeving. 

Voor pistolen en revolvers betekent dit dat ook kalibers boven de 9 mm, zoals de .45 ACP, zijn toegestaan en ook militaire geweren in semi-automatische uitvoering en ook afgeleiden van militaire geweren in kleinkaliber-uitvoering zijn toegestaan.

Voor de disciplines die zijn erkend door de KNSA, van de APS en de NPSA, te weten Dynamic Service Rifle en NPSA Geweer & Pistool, zijn ook geweren toegestaan die gebruik maken van pistoolmunitie.

Door de KNSA is op haar website gepubliceerd een overzicht van alle KNSA-gereglementeerde disciplines. In dat overzicht zijn de belangrijkste sporttechnische en wapentechnische eigenschappen opgenomen, zoals trekkerdruk, de kalibers, gewichten, afmetingen, enzovoorts. In datzelfde overzicht is ook gemerkt welke disciplines binnen welke fase zijn toegestaan. Klik hier voor het overzicht KNSA-disciplines.

     
2.12 Overeenkomstig de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), is het verplicht om introducés, aspiranten en nieuwe leden te informeren omtrent de wijze waarop met hun persoonsgegevens wordt omgegaan. Het verenigingsbestuur dient de betrokkenen een informatiebrochure daarover te verstrekken. 

 

Toelichting 2.12

De informatiebrochure die een verenigingsbestuur aan haar leden moet verstrekken omschrijft de algemene informatie omtrent de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en een uitleg over welke persoonsgegevens door de vereniging worden verwerkt, waarom en hoe die gegevens beschermd en beveiligd worden. In die brochure zijn tevens opgenomen meldingsnummers van de meldingen bij de Autoriteit Persoonsgegevens omtrent de screening van nieuwe leden en de verwerking van persoonsgegevens. Een model van een dergelijke brochure, genaamd “Informatiebrochure Privacy & Gegevensbescherming binnen de KNSA en de bij haar aangesloten schietsportverenigingen”, kunt u downloaden; klik daarvoor hier.

     
2.13 Conform de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) dienen schietsportverenigingen die over een website beschikken, de bezoekers daarvan te wijzen op het verkrijgen en verwerken van persoonsgegevens. Dat doen schietsportverengingen met het vermelden van een Privacyverklaring op hun website. 

 

Toelichting 2.13

Schietsportverenigingen die over een website beschikken moeten daarop een Privacyverklaring publiceren. U kunt een model daarvan bij de KNSA downloaden; klik hier.

   
2.14 Het is de plicht van schietsportverenigingen die gegevens verkrijgen en verwerken, zowel digitaal als in hardcopy, om deze goed te beveiligen. Schietsportverenigingen moeten dus zorgen voor een computer die is voorzien van een virusscan en hack-beveiliging, een niet te eenvoudig te achterhalen wachtwoord en een computersysteem dat niet voor iedereen toegankelijk is. De hardcopy-gegevens (en dan in het bijzonder de ‘bijzondere persoonsgegevens’) moeten in een goed afsluitbare kast bewaard worden die eveneens niet voor iedereen toegankelijk is. 

   
2.15 Onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) krijgen personen van wie de schietsportvereniging persoonsgegevens verkrijgt (dus introducés, aspiranten en leden) privacy-rechten. Het gaat dan om het recht op inzage, het recht op correctie en verwijdering. Die rechten moeten zijn opgenomen in een protocol dat door de schietsportvereniging moet worden opgesteld en aan haar leden bekend gemaakt moet worden.

 

Toelichting 2.15

Schietsportverenigingen dienen een Protocol inzake de omgang met en bescherming van persoonsgegevens binnen de vereniging vast te stellen. Een KNSA-model daarvan kunnen verenigingen hier downloaden.

   
2.16 De schietsportverenigingen verwerken, behoudens persoonsgegevens in hun ledenadministratie, ook vele andere gegevens in andere registers. Het is conform de AVG verplicht dat schietsportverenigingen daarvan een Register verwerkingen vaststellen dat voor hun leden inzichtelijk is.

 

Toelichting 2.16

Behoudens de ledenadministratie, verwerken veel schietsportverenigingen persoonsgegevens in andere registers zoals het introducéregister voor kandidaat-leden, het presentieregister voor de huidige leden, een competitiesysteem of een website die interactief is. Een overzicht van die gegevensverwerkingen moeten schietsportverenigingen in kaart brengen en daarvoor een Register verwerkingen vaststellen. Voor een model daarvan kunt u hier het KNSA-model downloaden.

   
2.17 Conform de AVG, moeten schietsportverenigingen wanneer er zich een data-lek voordoet, daarvan een registratie bijhouden. Voorts moet een vereniging in dat geval een melding doen bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Teneinde deze acties te borgen dient de vereniging te beschikken over een Protocol meldplicht data-lekken.

 

Toelichting 2.17

De AVG stelt strenge eisen voor de registratie van data-lekken indien die zich in een organisatie hebben voorgedaan. Schietsportverenigingen moeten dus het data-lekken, wanneer dat zich voordoet of wanneer er een vermoeden bestaat dat dit zich voordoet, documenteren. Wanneer er sprake is van een data-lek, dan dient dat bij de betrokkene(n) en bij de Autoriteit Persoonsgegevens gemeld te worden. Schietsportverenigingen zijn verplicht om een Protocol meldplicht data-lekken op te stellen. Schietsportverenigingen kunnen het KNSA-model daarvoor hier downloaden.

   
2.18 Indien schietsportverenigingen geheel of gedeeltelijk de gegevensverwerking uitbesteden aan een externe verwerker (een derde), dan moet de vereniging met die partij een Verwerkersovereenkomst afsluiten.

 

Toelichting 2.18

Het komt voor dat schietsportverenigingen geheel of gedeeltelijk de gegevensverwerking(en) uitbesteden aan een externe verwerker, bijvoorbeeld een beheerder van de ledenadministratie of de provider van een c.q. hun website. Daarvoor moet dan een Verwerkersovereenkomst met die partij worden gesloten. Voor een KNSA-model daarvan klik hier. De KNSA wordt niet beschouwd als een externe c.q. derde. Daar mee hoeven KNSA-verenigingen dus geen Verwerkersovereenkomst te sluiten.

   
2.19 Schietsportverenigingen moeten van hun nieuwe leden toestemming krijgen om hun gegevens te verwerken, en daarvoor moet op het aanmeldingsformulier van de vereniging een verklaring ondertekend worden dat die toestemming wordt verleend.

 

Toelichting 2.19

Voor het verlenen van toestemming door nieuwe leden voor het verwerken van hun gegevens aan de vereniging kan het aanmeldingsformulier voor aspiranten bij een schietsportvereniging zoals dat door de KNSA in model is opgesteld, worden gebruikt. Op dat aanmeldingsformulier en de daarbijgevoegde eigen verklaring wordt dan die toestemming gevraagd en verleend bij de ondertekening van het formulier. Verenigingen kunnen daarvoor het model aanmeldingsformulier/eigen verklaring van de KNSA gebruiken; klik daarvoor hier. Voor junioren (zijnde minderjarigen) is een afzonderlijk aanmeldingsformulier/eigen verklaring nodig; klik voor dat model hier.