de KNSA

Regelgeving

Het antidopingbeleid wordt internationaal bepaald en vastgesteld door het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA). De sport en de overheden hebben beleid en regelgeving op het gebied van doping vastgesteld in de World Anti-Doping Code (Code). In de Code is onder meer opgenomen wat de definitie van doping is, welke sanctie(s) gehanteerd worden, maar ook de verplichtingen ten aanzien van voorlichting en informatie. Hiermee wordt gestreefd naar standaardisatie van regelgeving. In principe maakt het voor een sporter dus niet uit in welk land die woont, welke sport hij/zij doet, of aan wat voor evenement hij/zij meedoet: voor alle sportbonden die de Code hebben geaccepteerd en geïmplementeerd gelden dezelfde dopingregels. 

In Nederland hebben NOC*NSF, de aangesloten sportbonden, de Rijksoverheid (het Ministerie van VWS), en de Dopingautoriteit een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het antidopingbeleid. In 2003 heeft NOC*NSF ‘the acceptance of the World Anti-Doping Code form’ ondertekend, waarmee de Nederlandse sport zich heeft verplicht in overeenstemming te zijn met de Code. NOC*NSF heeft vervolgens in haar toelatingscriteria opgenomen dat sportbonden met erkende topsportdisciplines verplicht zijn een dopingbeleid en dopingreglement te hebben dat voldoet aan de van toepassing zijnde voorwaarden van de Code.

In de Code zijn tien (10) verschillende typen dopingovertredingen opgenomen: 

• Aanwezigheid van een verboden stof in een urine- of bloedmonster; 
• Gebruik (of poging tot gebruik) van een verboden stof en/of verboden methode; 
• Gebrekkige medewerking; 
• Gebrekkige informatieverstrekking door een sporter; 
• Manipuleren (of poging tot manipuleren); 
• Bezit; 
• Handel (of poging tot handel); 
• Toediening (of poging tot toediening); 
• Medeplichtigheid (aan (het begaan van) een dopingovertreding); 
• Verboden samenwerking (met geschorst begeleidend personeel) 

Deze Code is door de Stichting Anti Dopingautoriteit Nederland vertaald naar een Nationaal Dopingreglement dat door alle topsportbonden (waaronder de KNSA) moet worden gevolgd en vastgesteld. Hierdoor zijn alle sporters, lid van een sportbond, direct verbonden aan het Dopingreglement en het daarbij bijbehorende Tuchtreglement. Het KNSA-Dopingreglement maakt onderdeel uit van het KNSA Schiet- en Wedstrijdreglement Deel I (Algemene Bepalingen).

 

Handhaving en sanctionering

In Nederland valt de dopingregelgeving onder het Tuchtrecht. Tuchtrecht maakt deel uit van het verenigingsrecht en gaat over het straffen van gedrag in een specifieke groep. Dopinggebruik in Nederland valt niet onder het strafrecht. Hierin verschilt Nederland met andere landen, zoals bijvoorbeeld Frankrijk. In Nederland kan iemand alleen op basis van het tuchtrecht worden gestraft wanneer hij of zij een dopingovertreding heeft begaan. 

Wanneer een overtreding van het KNSA-dopingreglement wordt vastgesteld, wordt de zaak behandeld door een Tuchtcommissie. De KNSA heeft ervoor gekozen om dergelijke zaak door haar eigen Tuchtcommissie te laten behandelen. Veel andere sportbonden hebben ervoor gekozen om de tuchtrechtelijke afhandeling van dopingzaken bij het Instituut Sportrechtspraak (ISR) onder te brengen. Het ISR spreekt dan recht namens de bond. De KNSA heeft, zoals vermeld, ervoor gekozen om zelf de zaak in behandeling te nemen, en derhalve zijn veel bepalingen hierover opgenomen in het eigen KNSA Tuchtreglement. Dit reglement is opgesteld in samenwerking met een deskundige Hoogleraar Sport & Recht die tevens werkzaamheden voor het ISR verricht.

Het dopingbeleid werkt met een unieke én uniforme sanctionering. De standaard sanctieperiode is vier jaar. Indien er sprake is van verzachtende omstandigheden kan er eventueel sprake zijn van strafvermindering en bij verzwarende omstandigheden, van strafvermeerdering.