Junioren

Begrippenlijst sportschieten

Jury

een groep herkenbare mensen die oplet dat alle schutters zich aan de regels houden tijdens een wedstrijd.

World Cup (Wereldbeker)

een internationale wedstrijd die vier keer per jaar gehouden wordt in uitsluitend de Olympische schietsportonderdelen.

Lontslot

hierbij wordt een brandend lont tegen het kruit aangehouden.

Olympische Spelen

een sportwedstrijd waarbij schietsport met 15 verschillende disciplines één van de grootste sporten is. De Olympische Spelen worden iedere vier jaar gehouden.

Vast vuren

één van de belangrijkste commando’s van de baancommandant. Iedere schutter moet op dat moment stoppen met schieten.

Range Officier (Baancommandant)

bij iedere wedstrijd zijn meerdere personen aangesteld die het wedstrijdverloop bekijken en ingrijpen bij mogelijke problemen.

Balans

stilstaan in de staande houding. Om goed te schieten mag het lichaam tijdens het schot niet bewegen.

Cross fire (kruisvuur)

wanneer een schutter op de schijf van één van de schutters naast hem schiet. Voor dat schot krijgt hij dan geen punten.

Vuursteen

bij dit wapen is de haan voorzien van een vuursteen, door de inslag op het zundgat ontstaat een vonk en ontsteekt het kruit.

Trekken/velden

een loop is voorzien van groeven om de kogel draaiing te geven en zo de precisie nog meer te vergroten. De diep gelegen gedeelten noemen we de trekken, de hoger gelegen gedeelten de velden.

Kwalificatie

binnen een wedstrijd doen hieraan de meeste schutters mee, soms wel 80!

Post/schietpunt

iedere schutter schiet zijn schoten vanaf een vaststaand punt. Bij het kleiduivenschieten wordt dit de post genoemd, bij de geweer- en pistoolonderdelen het schietpunt.

Relay (rotte/serie)

omdat er vaak meer schutters dan schietpunten zijn schiet men in verschillende series (relays).

Kaliber

de diameter van de binnenkant van de loop bepaald de diameter en wordt vaak in millimeters aangegeven.

Korrel

deze is aan het eind van de loop gemonteerd en wordt door de schutter gebruikt om goed te richten.

Patroon

voor het schieten met vuurwapens gebruikt de schutter patronen. Een patroon bestaat uit: de kogel, de kruitlading, het slaghoedje en de omringende huls.

Percussie

hierbij wordt de kruitlading ontstoken door de inslag op een metalen kapje.

Diabolo

dit loden kogeltje met een diameter van 4,5 mm en een halve gram zwaar wordt bij het luchtdrukschieten gebruikt.

Magazijn

een magazijn wordt in een pistool geschoven en bevat meerdere patronen.

Finale

de beste schutters uit de kwalificatieronde schieten de finale en maken daarin uit wie de medailles wint. De score behaald in de kwalificatie wordt als startscore van de finale gebruikt.

Buskruit

explosief mengsel van 75% salpeter, 15% houtskool en 10% zwavel.

Eliminatie

bij geweer- en pistoolschieten wordt deze voorronde op de kwalificatieronde gebruikt wanneer er meer deelnemers dan banen zijn. Deze beste schutters uit iedere serie gaan door naar de kwalificatie.

Klasse

een indeling binnen een schietsportdiscipline naar prestatie

Inner ten (Mouche)

hierbij heeft de schutter een hele goede tien (midden in de roos) geschoten.

ISSF

afkorting van International Shooting Sport Federation, de wereldschietsportbond.

Zundgat

opening in een wapen om het kruit te kunnen ontsteken.

Staand

de moeilijkste schiethouding: hierbij staat de schutter en heeft alleen met beide voeten contact met de grond. Een rechtshandige schutter heeft de linkerzijde van zijn heup in de richting van de schietschijf staan.

ESC

afkorting van European Shooting Confederation, de Europese schietsportbond.

Schietkleding

sportschutters gebruiken ter ondersteuning speciale kleding, vaak op maat gemaakt, van materialen als leder en canvas.

Diopter

dit kleine metalen kastje op de loop gebruikt de schutter om te richten. Aan de boven- en zijkant zitten twee schroeven waarmee de schutter kleine correcties kan maken om goed te kunnen blijven schieten.

Liggend

in deze schiethouding ligt de schutter met zijn buik op de grond: beide ellebogen ondersteunen het wapen.

Rugnummer

bij officiële wedstrijden krijgen sportschutters een rugnummer. Hierop staan onder andere de naam en het startnummer van de schutter, vaak aangevuld met de naam, locatie en datum van de wedstrijd.

Mirage

bij hoge temperaturen wordt de baanzool warm en stijgt de warme lucht, hetgeen een soort wazigheid veroorzaakt. Hierdoor ziet de schutter zijn schietschijf slecht en moet hij vaak corrigeren.

Schietschijf

met uitzondering van het kleiduivenschieten, worden bij alle schietsportonderdelen schietschijven gebruikt. Deze schijven kennen een verdeling van 1 tot en met 10 punten.

Brits

bij veel schietbanen ligt een schutter bij het liggend schieten op een tafel (brits) om op de juiste hoogte voor de schietschijf te komen

Discipline

een onderscheid in onder andere soort wapen, houding en schietafstand

Klein kaliber

alle patronen met een kaliber gelijk aan .22 (5,56 mm)

Knielend

in deze onnatuurlijke schiethouding heeft een rechtshandige schutter het rechterbeen dubbelgevouwen onder zijn billen en het linkerbeen naar voren staan.

Groot kaliber

alle patronen met een kaliber gelijk aan of groter dan 6 mm

Trekker

ieder wapen is voorzien van een trekker. Met het overhalen van de trekker gaat het schot af.

Categorie

een indeling binnen een schietsportdiscipline naar leeftijd en geslacht

Keep

 

dit plaatje met inkeping wordt, in combinatie met de korrel van het wapen, gebruikt om te richten.

 

 

MLAIC

afkorting van Muzzle Loaders Association’s International Committee, de wereldschietbond voor de disciplines binnen Historische Wapens.

KLEIDUIVEN:

 

Skeet

bij dit kleiduivenonderdeel komen de kleiduiven zowel van links als rechts (soms tegelijk) en schiet de schutter steeds vanaf een andere post.

Trap/Double Trap

hierbij vliegen steeds één of twee kleiduiven tegelijk van de schutter af.

Hoge huis/lage huis

bij het onderdeel Skeet staat aan de linkerkant het hoge huis en aan de rechterkant het lage huis. Uit beide huizen (werpinstallaties) worden de kleiduiven gelanceerd.

Hagel

loden of stalen hagelkorrels waarmee geschoten wordt bij het kleiduivenschieten.

Hagelgeweer

dit type geweer wordt gebruikt bij het schieten op kleiduiven en vuurt uitsluitend hagel af.

Juxtaposé (side-by-side)

bij dit type hagelgeweer zijn de lopen naast elkaar gemonteerd.

Superposé

(over-and-under)

bij dit type hagelgeweer zijn de lopen boven elkaar gemonteerd. Dit type wordt het meest gebruikt door sportschutters.

Flash (Stoffer)

wanneer de kleiduif vol geraakt wordt en daardoor helemaal verdwijnt.

Flash duif

in finales bij kleiduivenschieten worden de kleiduiven voorzien van extra felgekleurd poeder waardoor een getroffen kleiduif beter zichtbaar is (bijvoorbeeld voor televisie).

No target

commando van de Range Officer als een kleiduif al kapot is op het moment dat deze gelanceerd wordt.

Kleiduif

dit schoteltje van klei weegt 105 gram, heeft een diameter van 110 mm en een hoogte van 25 mm. Deze kleiduif moet door de schutter zichtbaar kapot geschoten worden.

Doublet

op diverse posten bij het kleiduivenschieten worden twee kleiduiven tegelijk (zowel vanuit het hoge huis en het lage huis) gelanceerd.

Choke

een vernauwing aan het eind van de loop om bij hagelgeweren de spreiding van de hagel te beïnvloeden. Deze choke kan door de schutter verwisseld worden.

Bascule

dit is het gedeelte van een hagelgeweer dat knikt en het mogelijk maakt het geweer te laden/ontladen (het scharniergedeelte van het wapen).

Basculeren

het geopend dragen van het hagelgeweer, waarbij de kolf onder de bovenarm wordt geklemd en de loop over de onderarm rust.

Afgaanders

kleiduiven die van de schutter wegvliegen.

Inkomers

kleiduiven die naar de schutter toe vliegen.

Dwarsen

kleiduiven die meer of minder dwars op de schootsrichting vóór de schutter langs vliegen.

Schootsrichting

de door een schot te volgen of gevolgde richting.