Home

Wetswijziging als gevolg van implementatie EU-richtlijn een feit

dinsdag 23 juli 2019

Op 23 juli 2019 is in werking getreden een wijziging van de Wet wapens en munitie (Wwm) in verband met de implementatie van een EU-richtlijn die in de loop van 2017 in werking is getreden. Klik hier voor de tekst van deze wijziging.

Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat het bezit van vuurwapens die vallen onder de nieuwe categorie A6 of A7 van de EU-richtlijn, verboden is. Deze A6- en A7-vuurwapens worden als volgt omschreven:

A6 = Automatische vuurwapens die zijn omgebouwd tot semiautomatische vuurwapens
A7 = Elk van de volgende semiautomatische vuurwapens met centrale ontsteking:

                a) korte vuurwapens waarmee meer dan 21 patronen kunnen worden afgevuurd zonder te herladen, indien:
 
  • een magazijn met een capaciteit van meer dan 20 patronen onderdeel is van dat vuurwapen, of
  • er een afneembaar magazijn met een capaciteit van meer dan 20 patronen in wordt geplaatst;
 b) lange vuurwapens waarmee meer dan 11 patronen kunnen worden afgevuurd zonder te herladen, indien:
 
  • een magazijn met een capaciteit van meer dan 10 patronen onderdeel is van dat vuurwapen, of
  • er een afneembaar magazijn met een capaciteit van meer dan 10 patronen in wordt geplaatst.

Voor de Nederlandse schietsport wordt daarop echter een uitzondering gemaakt wanneer er een erkende tak van de schietsport wordt beoefend waarvoor deze wapens nodig zijn. De KNSA heeft er de afgelopen tijd voor gestreden dat de implementatie van deze EU-richtlijn zo weinig mogelijk negatieve consequenties heeft voor de Nederlandse schietsport. 

Met deze uitzondering komt het erop neer dat wanneer sportschutters c.q. verlofhouders kunnen aantonen dat zij een discipline beoefenen waarvoor een dergelijk vuurwapen nodig is, zij toch het wapen op verlof kunnen krijgen c.q. kunnen behouden. Dat is in dat geval van toepassing voor de volgende door de KNSA gereglementeerde en erkende disciplines:

1. Statische disciplines Groot Kaliber Pistool
  1.2 Militair Pistool
  1.2 Service Pistol
  1.3 Action Shooting
  1.4 Meesterkaart Zwaar                         
   
2. Statische disciplines Groot Kaliber Geweer
  2.1 Militair Geweer 
  2.2 Veteranengeweer 
  2.3 Precisiegeweer 
  2.4 .30 M1
   
3. Dynamische / Parcours-disciplines Pistool
  3.1 IPSC Handgun Open
  3.2  IPSC Handgun Standard
  3.3  IPSC Handgun Classic
  3.4  IPSC Handgun Production
  3.5 IPSC Handgun Revolver
  3.6  Dynamic Service Rifle Pistool
   
 4. Dynamische / Parcours-disciplines Geweer
  4.1 IPSC Rifle Semi Auto Open
  4.2 IPSC Rifle Semi Auto Standard
  4.3 IPSC Rifle Manual Action Open
  4.4 IPSC Rifle Manual Action Standard
  4.5 Dynamic Service Rifle Geweer Semiautomaat
  4.6 Dynamic Service Rifle Geweer Diverse

 

Het betekent tevens dat de betrokkene moet aantonen dat hij/zij lid is van een schietsportvereniging waarbij in het verband van die vereniging de discipline wordt beoefend waarvoor het verlof wordt aangevraagd. Deze vereniging moet in verband daarmee door de Minister van J&V zijn erkend, en dat geschiedt door tussenkomst van een certificering door de KNSA.

Een en ander is geregeld in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), genaamd Besluit wapens en munitie, die eveneens op 23 juli 2019 in werking is getreden.  De tekst van het Besluit wm is hier te vinden. De disciplines zijn opgenomen in de inmiddels ook gewijzigde Regeling wapens en munitie (Rwm), in artikel 43a. Die publicatie kunt u hier teruglezen.

Voor de erkenning van schietverengingen volgt naar verwachting in de komende weken nog een separaat Besluit van de Minister, genaamd “Besluit houdende de erkenning van schietverenigingen”. Dat Besluit regelt dat schietverenigingen die door de KNSA zijn gecertificeerd erkend zijn door de Minister. In dat Besluit is vastgelegd op welke wijze verengingen die erkend moeten worden vanwege het gebruik van vuurwapens in de A6 of A7 categorieën van de EU richtlijn, die erkenning kunnen bevestigen. De KNSA zal hierover later meer informatie publiceren.

Deze wijzigingen en nieuwe regelingen betekenen voor de huidige verlofhouders van één of meerdere van dit type wapen, dat zij bij de eerstvolgende verlenging van hun verlof een extra aanvraag voor dit type moeten doen door middel van een ingevuld WM3-formulier. Op dat WM3-formulier worden dan alleen die wapens vermeld die onder de EU-richtlijn vallen en waarvoor een extra verlof nodig is. Er wordt extra verlof verleend door een aantekening te doen op het bestaande verlof voor zowel de wapens als voor de daarbij behorende magazijnen.

Resumerend betekent dat voor deze huidige verlofhouders het volgende:

  1. Bij de eerstvolgende verlenging tevens aanvraag WM3 indienen voor wapens die vallen onder EU-richtlijn (de zogenaamde A6- of A7-wapens)
  2. Op het formulier moet één of meerdere van de voor deze vuurwapens door de Minister vastgestelde disciplines worden ingevuld.
  3. De aanvrager moet aantonen lid te zijn van een door de Minister van J&V erkende schietvereniging (het lidmaatschap van een door de KNSA gecertificeerde schietsportvereniging is daarvoor voldoende).
  4. De verlofhouder ontvangt een nieuw verlof met daarop de aantekening van een extra verlof voor deze typen wapens, inclusief voor de daarbij behorende magazijnen.

Voor nieuwe aanvragers van een dergelijk verlof betekent dit het volgende:

  1. Aantonen dat de betrokken verlofhouder inmiddels ten aanzien van het wapenverlof, in fase 3 is aanbeland
  2. Aanvraag indienen met WM3-formulier waarop is ingevuld de discipline die met het wapen wordt beoefend en die deel uitmaakt van de 20 door de Minister van J&V aangewezen schietsportdisciplines voor het desbetreffende type wapen dat onder de EU-richtlijn valt (A6- of A7-wapens).
  3. De aanvrager moet aantonen lid te zijn van een door de Minister van J&V erkende schietvereniging (het lidmaatschap van een door de KNSA gecertificeerde schietsportvereniging is daarvoor voldoende).
  4. De verlofhouder ontvangt een nieuw verlof met daarop de aantekening van een extra verlof voor deze typen wapens, inclusief voor de daarbij behorende magazijnen.

Legesverhoging

Helaas is het gevolg van deze wetswijziging en van de uitzondering die wordt geboden, een verhoging van de leges, zoals die in de Memorie van Toelichting bij de wetswijziging in verband met de EU-richtlijn is vermeld. De legesverhoging bedraagt (voor iedere verlofhouder in Nederland) dan € 8,20 voor de aanvraag van een nieuw verlof en voor de verlenging van een bestaand verlof, zodat deze bedragen respectievelijk € 138,20 en € 68,20 zijn geworden.