Home

Kamerbrief Minister inzake herziening WWM

donderdag 18 juni 2026

De KNSA voert al enige tijd overleg met het ministerie van Justitie en Veiligheid en het ministerie van VWS (Sport) inzake de herziening van de Wet wapens en munitie. Tijdens die overleggen wordt de KNSA bijgestaan door de nationale sportkoepel NOC*NSF. Een tussentijds verslag hiervan is gedaan in een nieuwsbericht van 6 maart 2026.

De minister van Justitie en Veiligheid heeft nu met een brief van 17 juni 2026 de Tweede Kamer geïnformeerd over de hoofdlijnen en uitgangspunten van de nieuwe Wet wapens en munitie. Deze brief met alle daarbij behorende bijlagen is te downloaden via de volgende link: Hoofdlijnen en uitgangspunten nieuwe Wet wapens en munitie | Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De Minister schrijft in zijn brief dat de aanleiding voor de herziening van de Wet wapens en munitie verband houdt met verschillende juridische procedures en rechterlijke uitspraken, die constateren dat de huidige regelgeving niet afdoende is. Voorts schrijft de Minister dat ook de adviezen van de Commissie WWM (onder voorzitterschap van oud-Kamerlid Chris van Dam) aanleiding zijn om een aantal knelpunten op te lossen en een traject op te starten om de Wet te vernieuwen.

De KNSA is van mening dat het goed is om de adviezen van de Commissie WWM op te volgen en een aantal ‘weeffouten’ in de huidige Wet wapens en munitie, die zich bij gerechtelijke uitspraken manifesteren, te repareren.

De Minister gaat echter met zijn brief en voornemens voor de nieuwe Wet veel verder dan volgens de KNSA nodig zou zijn. Zaken als leeftijdsgrenzen, opleidingseisen, thuisopslag van wapens, de fysieke gesteldheid van sportschutters, een aansprakelijkheidsverzekering, enzovoorts, zijn al goed geregeld of vormen geen probleem. Met enige regelmaat vraagt de KNSA zich in de overleggen hardop af welke problemen met de voorgenomen Wetswijzigingen nu eigenlijk worden opgelost. Het vuurwapengeweld in Nederland, dat bijna dagelijks plaatsvindt, wordt gepleegd met illegale wapens en daar ligt, wat de KNSA betreft, het probleem van het vuurwapenbezit in Nederland.

De KNSA en de bij haar aangesloten verenigingen hebben veiligheidsrisico’s voor het gebruik en bezit van vuurwapens goed onder controle met opleidingen voor sportschutters en trainers, met opleidingen voor veiligheidsfunctionarissen en voor bestuurders van schietsportverenigingen. Maar ook zaken als het verplichte aantal schietbeurten dat sportschutters jaarlijks moeten verrichten en de verplichte wedstrijddeelname zijn door de KNSA met haar ruim 600 verenigingen goed georganiseerd.

Zonder het persoonlijke leed van de afschuwelijke incidenten die in Nederland met legale wapens hebben plaatsgevonden te bagatelliseren, is de KNSA van mening dat de incidenten die de Minister in zijn brief noemt al heel lang geleden zijn gebeurd of het zijn incidenten die in het buitenland hebben plaatsgevonden. Bovendien is bij de genoemde incidenten in Nederland de Overheid aantoonbaar in haar toezicht tekort geschoten.

De schietsport is een respectabele en grote internationale olympische sport die in Nederland door enige tienduizenden sportschutters wordt beoefend. De schietsport mag niet de dupe zijn van doorgeslagen regelgeving, en de KNSA zal in haar overleg met de Overheid blijven benadrukken dat de wijze waarop de KNSA en haar verenigingen de schietsport nu organiseren, aan de hoogste veiligheidsnormen voldoet en bovendien in overeenstemming  is met de destijds door de OVV (Onderzoeksraad voor Veiligheid) afgegeven adviezen. De certificering van alle KNSA-verenigingen (met strenge voorwaarden) is daar een uitvloeisel van.

Daar waar verbeteringen in de regelgeving met betrekking tot de veiligheid mogelijk zijn, zal de KNSA zich uiteraard constructief in het overleg blijven opstellen.

Foto: ANP/Robin Utrecht