Sportschieten

Schietsport op de Olympische Spelen

Al vanaf 1896, bij de eerste moderne Olympische Spelen, gehouden in Athene, neemt het sportschieten op dit evenement een belangrijke plaats in. Vóór die tijd werden ook al wedstrijden in het schieten georganiseerd, maar daar waren nooit veel internationale deelnemers. Bij de huidige Olympische Spelen worden er wedstrijden in maar liefst 15 verschillende schietsport-disciplines gehouden.

Schieten is één van de 9 eerste Olympische sporten. Sinds de 1e (moderne) Olympische Spelen van 1896 gehouden in Athene, staat het schieten op het programma. Destijds op 5 onderdelen (3 Pistool- en 2 Geweerdisciplines). Oprichter Baron Pierre de Coubertin was tevens een fervent schutter. De 9 eerste Olympische onderdelen waaraan men kon deelnemen waren: schermen, atletiek, zeilen, zwemmen, ruitersport, gymnastiek, schieten, roeien, wielrennen en tennis.

Door initiatieven van twee Nederlandse schutters, de Loosduinse notaris S.J. van den Bergh (medeoprichter van de NVvS) en de Amsterdamse advocaat mr. H. Sillem, werden vanaf 1897 jaarlijkse internationale schietwedstrijden gehouden. In 1900 maakten deze internationale schietwedstrijden deel uit van de sportwedstrijden die in het kader van de wereldtentoonstelling in Parijs werden georganiseerd en die thans voor een deel als “Olympisch” worden beschouwd. Tien landen namen deel aan deze “Olympische” schietwedstrijden, waaronder ook 9 Nederlandse deelnemers inclusief de beide eerdergenoemde initiatiefnemers. Door het Nederlands Revolver-team werd zelfs een bronzen medaille behaald.

Als Nederlandse vertegenwoordiger van één van de 9 allereerste Olympische sporten, wordt de KNSA (KVvNS) tevens beschouwd als één van de oprichters van het huidige NOC*NSF in 1912 (toen nog genaamd: Nederlands Olympisch Comité – NOC, dat uiteindelijk in 1993 fuseerde met de Nederlandse Sport Federatie - NSF). Maar vóór de oprichting van het Nederlands Olympisch Comité (NOC) in 1912, werden Nederlandse schutters dus al uitgezonden naar internationale wedstrijden via de voorloper van de huidige KNSA, de KVvNS (1890); de KVvNS was ook één van de 7 oprichters van de UIT (Union Internationale de Tir – de huidige ISSF).  Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) werd in 1894 opgericht; de UIT in 1907.

Met uitzondering van de Spelen in St. Louis (1904) en Amsterdam (1928) heeft de schietsport altijd deel uitgemaakt van het programma bij de Olympische Spelen.

Olympische schietsport-onderdelen

In de schietsport heeft zich een groot aantal wijzigingen voorgedaan; met name de gebruikte materialen, zowel wapens als munitie, zijn in zeer belangrijke mate geperfectioneerd. Dit komt tot uiting in het Olympische programma, vooral bij dat van de Spelen vóór en na de Eerste Wereldoorlog.  Zo werd op de Olympische Spelen van 1900 in Parijs bij het Kleiduivenschieten bijvoorbeeld nog op levende duiven geschoten; de reglementen werden (en worden nog steeds) echter voortdurend aangepast en uiteindelijk werden ook alle levende doelen ingeruild voor schietschijven en gelanceerde objecten (kleiduiven). Vanaf de Olympische Spelen van 1912 in Stockholm werden de levende duiven bij het Kleiduivenschieten vervangen door een schoteltje, gemaakt van leem, de huidige ’kleiduif’.

Tot aan de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984 mochten in de schietsport vrouwen en mannen op gelijke basis deelnemen. Pas in dat jaar werden speciale Olympische schietwedstrijden voor vrouwen geïntroduceerd op de Spelen.

Op dit moment worden 15 verschillende schietsport-disciplines* tijdens de Olympische Spelen beoefend: 

   Discipline  Mannen  Vrouwen
 Geweer    50 meter liggend  ■  
 50 meter 3-houdingen  ■  ■
 10 meter luchtgeweer  ■  ■
 Pistool     50 meter vrij pistool  ■  
 25 meter sportpistool    ■
 25 meter snelvuur pistool  ■  
 10 meter luchtpistool  ■  ■
 Kleiduiven    Trap  ■  ■
 Double Trap  ■  
 Skeet  ■  ■

* een uitgebreider overzicht is verderop deze pagina opgenomen

Ieder land mag een maximum aantal schutters afvaardigen naar de Olympische Spelen. Deze schutters moeten dan wel vooraf aan bepaalde eisen van het NOC*NSF en de ISSF voldoen. In de twee jaar voorafgaande aan de Olympische Spelen kunnen daartoe op hiervoor vastgestelde wedstrijden (World Cups, Europese en Wereldkampioenschappen) zogenaamde quotumplaatsen voor deelname worden verkregen.

Deze quotumplaatsen worden toegekend aan de landelijke sportbond (KNSA) zodra door een sporter (schutter) een daarvoor toereikende prestatie is behaald. Voor schutters die geen quotumplaats hebben behaald maar volgens de ISSF en NOC*NSF wel over het vereiste niveau beschikken, kan de KNSA eventueel aan de ISSF vragen om een “wild card” toe te kennen om alsnog aan te Spelen te kunnen deelnemen. Er is altijd een beperkt aantal wild cards beschikbaar. Uiteindelijk bepaalt echter de sportbond (KNSA) samen met het NOC*NSF welke schutters definitief mogen deelnemen.

Nederlandse olympische sportschutters:

Voor Nederland zijn er door schutters op de Olympische Spelen tot nu toe twee medailles gehaald:

Parijs 1900  : Landenteam 50 meter Revolver  - brons
Montreal 1976  : Kleiduiven Skeet  - zilver


Een zilveren medaille werd gewonnen in 1976 (Kleiduiven Skeet-heren) door Eric Swinkels die maar liefst 6 keer heeft deelgenomen aan de Olympische Spelen! In 1984 werd hij 10e, in 1988 9e en in 1992 behaalde hij de 8e plaats op dit onderdeel.

Een bronzen medaille werd behaald in 1900 (Team-heren Militair Pistool-revolver) bestaande uit Henrik Sillem, Solko Johannes van den Bergh, Anthony Sweys, Dirk Boest Gips en Antonius Bouwens.

John Pierik werd in 1984 4e (Kleiduiven Skeet-heren), Bean van Limbeek verloor in 1988 de shoot-off voor de bronzen medaille op het onderdeel Kleiduiven Trap-heren en werd uiteindelijk 5e. Hennie Dompeling behaalde in 2000 een 4e plaats (Kleiduiven Skeet-heren) en Peter Hellenbrand in 2012 de 5e plaats op het onderdeel Luchtgeweer-heren).

De eerste Nederlandse vrouwelijke sportschutter op het onderdeel Luchtgeweer-dames was Anne-Grethe Stormorken (Olympische Spelen van 1988 in Seoul). In 1992 volgde Jolande Swinkels als tweede vrouwelijke sportschutter op de Olympische Spelen in Barcelona.

Vanaf 1964 kwamen de volgende sportschutters voor Nederland uit op de Olympische Spelen (op volgorde van jaartal):

* Joop van Domselaar (1964)
* Willy Hillen (1972/1976)
* Ben Pon (1972)
* Eric Swinkels (1972/1976/1984/1988/1992/1996)
* Kees (“Kiek”) van Ieperen (1980)
* Wibout Jolles (1980)
* John Pierik (1980/1984)
* Christiaan van Velzen (1980)
* Jack Achilles (1984)
* Herbert Memelink (1984)
* Anne-Grethe Stormorken (1988)
* Jack van Bekhoven (1988/1992)
* Bean van Limbeek (1988)
* Hennie Dompeling (1988/1992/1996/2000/2004)
* Jolande Swinkels (1992)
* Gijs van Beek (2000)
* Dick Boschman (2000/2004)
* Jan-Cor van der Greef (2004)
* Peter Hellenbrand (2012)


Via de volgende pagina is een overzicht te vinden van alle Nederlandse schietsportdeelnemers aan de Olympische Spelen vanaf 1900, en kan tevens worden doorgelinkt naar alle informatie zoals disciplines en prestaties: “ALLE NEDERLANDSE SCHIETSPORTDEELNEMERS AAN DE OLYMPISCHE SPELEN


Via de volgende link is informatie te vinden over de schietsport op de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro.

 

OLYMPISCHE DISCIPLINES
Mannen Vrouwen
GEWEER / RIFLE
10 meter Air Rifle 60 shots (Luchtgeweer)
60 schoten met een enkelschots luchtgeweer in de staande houding, maximaal 75 minuten. De beste 8 kwalificeren zich voor de finale.
10 meter Air Rifle 60 shots (Luchtgeweer)
60 schoten met een enkelschots luchtgeweer in de staande houding, maximaal 75 minuten. De beste 8 kwalificeren zich voor de finale.
50 meter Rifle 3 Positions (Geweer
3-houdingen)In iedere houding (knielend, liggend, staand) 40 schoten met een enkelschots klein kaliber geweer in maximaal 165 minuten. De beste 8 kwalificeren zich voor de finale.
50 meter Rifle 3 Positions (Geweer
3-houdingen)In iedere houding (knielend, liggend, staand) 40 schoten met een enkelschots klein kaliber geweer in maximaal 165 minuten. De beste 8 kwalificeren zich voor de finale.
50 meter Rifle Prone (Geweer liggend)
60 schoten in de liggende houding met een enkelschots klein kaliber geweer in maximaal 50 minuten. De beste 8 kwalificeren zich voor de finale.
 --
PISTOOL / PISTOL
10 meter Air Pistol 60 shots (Luchtpistool)
60 schoten met een enkelschots luchtpistool in staande houding, maximaal 75 minuten. De beste 8 kwalificeren zich voor de finale
10 meter Air Pistol 60 shots (Luchtpistool)
60 schoten met een enkelschots luchtpistool in staande houding, maximaal 75 minuten. De beste 8 kwalificeren zich voor de finale.
25 meter Rapid Fire Pistol 2 x 30 shots (Snelvuurpistool)
2 x 30 schoten met een meerschots klein kaliber snelvuur pistool met een maximale tijd per schot van 4 tot 8 seconden. De beste 8 kwalificeren zich voor de finale.
25 meter Pistol 2 x 30 shots (Sportpistool)
30 schoten precisie met een meerschots klein kaliber pistool met een maximale tijd per 5 schoten van 5 minuten.
30 schoten snelvuur met een meerschots klein kaliber pistool met een maximale tijd per schot van 3 seconden.
De beste 8 kwalificeren zich voor de finale.
50 meter Pistol 60 shots (Vrij Pistool)
60 schoten met een enkelschots klein kaliber pistool in maximaal 90 minuten. De beste 8 kwalificeren zich voor de finale.
--
KLEIDUIVEN / CLAY TARGET
Skeet
In 5 rondes 125 kleiduiven met een dubbelloops hagelgeweer. De beste 6 kwalificeren zich voor de finale.
Skeet
In 5 rondes 125 kleiduiven met een dubbelloops hagelgeweer. De beste 6 kwalificeren zich voor de finale.
Trap
In 5 rondes 125 kleiduiven met een dubbelloops hagelgeweer. De beste 6 kwalificeren zich voor de finale.
Trap
In 5 rondes 125 kleiduiven met een dubbelloops hagelgeweer. De beste 6 kwalificeren zich voor de finale.
Double Trap
In 6 rondes 150 kleiduiven met een dubbelloops hagelgeweer. De beste 6 kwalificeren zich voor de finale.
--