Sportschieten

Kleiduiven

Geschiedenis

Het Kleiduivenschieten is ontstaan uit de jacht. Al vóór de uitvinding van vuurwapens werd er op gevogelte gejaagd. In een later stadium was het jagen voorbestemd voor de hogere klasse, die het schieten op duiven beoefende om hun schietvaardigheid op peil te houden; in de 19e eeuw waren veel schutters vaak ook jager en lid van een jagersvereniging.

In 1822 beschrijft men het kleiduivenschieten als een specifieke sport die door een bijzondere klasse van sportmensen wordt beoefend, grote schietvaardigheid vereist en gelegenheid geeft tot het afsluiten van grote weddenschappen en het houden van wedstrijden. Deze wedstrijden werden als volgt gehouden. In het schootsveld werden manden met (echte) duiven geplaatst. Deze manden waren door middel van een touw verbonden met een helper die op commando van de schutter de manden opende, waardoor de duiven konden wegvliegen. In de 19e eeuw werd deze “sport” beoefend om grote weddenschappen af te sluiten. Bekend is dat in de Verenigde Staten van Amerika hierdoor miljoenen trekduiven zijn uitgeroeid.

Onder invloed van diervriendelijke groeperingen is deze vorm van duivenschieten inmiddels bijna overal ter wereld verboden. In eerste instantie werd daarna geschoten op met veren gevulde glazen ballen ter grootte van een tennisbal. Later zijn dat de nu alom bekende kleiduiven geworden.

Olympische Spelen

De Kleiduivendisciplines Skeet (Heren/Dames), Trap (Heren/Dames) en Double Trap (Heren) zijn 5 van de in totaal 15 schietsport-disciplines die worden beoefend op de Olympische Spelen. Op de Olympische Spelen van 1900 in Parijs werd bij het Kleiduivenschieten wel nog op levende duiven geschoten; de reglementen werden (en worden nog steeds) echter voortdurend aangepast en uiteindelijk werden ook alle levende doelen ingeruild voor schietschijven en gelanceerde objecten (kleiduiven). Vanaf de Olympische Spelen van 1912 in Stockholm werden de levende duiven bij het Kleiduivenschieten vervangen door een schoteltje, gemaakt van leem.

Ook diverse Nederlandse sportschutters hebben aan de Olympische Spelen deelgenomen. De beste prestatie bij het Kleiduivenschieten is behaald door Eric Swinkels die maar liefst zes keer deelnam aan de Olympische Spelen. In 1976 behaalde hij bij de Spelen in Montreal op het onderdeel Skeet-heren een zilveren medaille. Eric Swinkels leverde meer goede olympische prestaties: in 1984 werd hij 10e, in 1988 9e en in 1992 8e. Er zijn meer Nederlandse sportschutters bij de Olympische Spelen hoog geëindigd. Zo werd in 1984 John Pierik 4e op het onderdeel Skeet-heren op de Spelen in Los Angeles. Sportschutter Bean van Limbeek verloor in 1988 in Seoul de shoot-off voor de bronzen medaille op het onderdeel Trap-heren en werd uiteindelijk 5e, en in 2000 behaalde Hennie Dompeling een 4e plaats op het onderdeel Skeet-heren in Sydney.

Algemeen
Het kleiduivenschieten behoort tot de dynamische schietsportonderdelen. Er wordt namelijk niet op een stilstaand doel (schietschijf) geschoten, maar op lemen schoteltjes (kleiduiven) die door een machine worden weggeslingerd in de lucht met een snelheid van 120 km per uur. De schutter moet proberen vanuit verschillende posities de kleiduif (met een doorsnede van ongeveer 11 cm) die steeds uit een andere richting voorbij komt, te raken. Het kleiduivenschieten is een vorm van schietsport met veel dynamiek en spanning, waarbij veel concentratie is vereist. Daarnaast is het een buitensport, wat ook veel mensen aanspreekt. Het Kleiduivenschieten is een discipline die wel wat hogere kosten met zich meebrengt, vooral vanwege het gebruik van de kleiduiven en de hagelpatronen die kostbaarder zijn dan de meeste andere patronen.

In Nederland worden voornamelijk twee vormen van kleiduivensport beoefend, namelijk Skeet en Trap, waarbij de disciplines Sporting Skeet en Sporting Trap eenvoudigere versies zijn van de disciplines Olympisch Skeet en Olympisch Trap. De Sporting-disciplines zijn minder moeilijk dan de Olympische en dat heeft te maken met de verschillende regelgeving. (Beginnende) schutters kunnen hierdoor sneller betere resultaten boeken en daardoor (nog) meer plezier aan hun sportbeoefening beleven. De Sporting-disciplines kunnen daarom ook  een opstap vormen naar de Olympische kleiduivendisciplines.

Olympisch Skeet
Van de kleiduivendisciplines is Skeet de discipline waarin Nederland internationaal succesvol is. Bij Skeet staan op een afstand van 36,8 meter van elkaar, een hoog huis (links) en een laag huis (rechts). In elk van deze huizen staat een machine die de kleiduiven werpt. De schutter neemt steeds een andere positie in (op totaal 8 posten) ten opzichte van de te schieten kleiduif (die altijd in dezelfde volgorde wordt geschoten). Deze schietposten liggen in een halve cirkel. De schutter roept zijn/haar kleiduif af door “pull” te roepen voor het hoge huis en door “mark” te roepen voor het lage huis.

Sporting Skeet
In tegenstelling tot Olympisch Skeet, mag bij Sporting Skeet ook dubbel worden geschoten op “enkele” duiven, zijn er geen doubletten op post 3 en 4 en zijn er helemaal geen duiven op post 8. Bovendien vliegen de duiven – ze komen ongetimed – in vergelijking met het Olympisch Skeet iets langzamer en bedraagt de vluchtafstand van de duiven 60 to 65 meter. Voor het schieten is maximaal 28 gram hagel 7 toegestaan; 4 gram meer dan bij het Olympisch Skeet. Een ander verschil is nog dat de shoot-off op post 2 wordt geschoten in plaats van op post 4.

Olympisch Trap
Het onderdeel Trap lijkt het meest op de vorm van duivenschieten zoals dat in de vorige eeuw werd beoefend: aan beide einden van een veld werden manden geplaatst met daarin ettelijke hoeveelheden duiven, en op commando werden deze losgelaten om beschoten te worden.Bij Trap staan tegenover de schutter 15 verschillende werpmachines naast elkaar opgesteld (de zogenaamde "trap-put") van waaruit kleiduiven in verschillende posities en hoeken worden weggeslingerd. De schutter weet niet van tevoren uit welke machine de kleiduif komt en welke richting deze opgaat. Daarbij moet de schutter schieten vanaf vijf (5) naast elkaar liggende posten, recht tegenover de trap-put.

Sporting Trap
In tegenstelling tot Olympisch Trap, liggen de schietpunten bij Sporting Trap in een radius op 11 in plaats van 15 meter achter de machine en staat de machine bij Sporting Trap op de plaats van machine 8 bij Olympisch Trap. De duiven vliegen minder ver (65 tot 70 meter) en worden onder een kleinere hoek geworpen, zowel horizontaal als verticaal. De gemiddelde hoogte van de door de duif te volgen baan is 2,5 meter maar de hoogte op 10 meter voor de werpmachine(s) mag niet minder dan 1,5 meter en niet meer dan 3,5 meter bedragen. Bij Sporting Trap is maximaal 28 gram hagel 5 toegestaan.

Olympisch Double Trap
Bij double trap wordt er slechts gebruik gemaakt van 3 kleiduivenwerpmachines (in tegenstelling tot Trap, waar 15 kleiduivenwerpmachines gebruikt worden). Bij double trap worden uitsluitend doubletten geschoten. Bij de doubletten vliegt er 1 duif hoog en 1 duif laag, echter wel in dezelfde richting.

Automatic Trap
Dit is een vrij nieuwe discipline, die nog niet op grote schaal beoefend wordt. Automatic Trap wordt geschoten op een baan zoals die voor Trap wordt gebruikt, met dien verstande dat de duiven slechts door één machine geworpen worden. Deze machine staat echter niet vast, zodat de schutter vooraf niet weet in welke richting de duif zal vliegen.

Kleiduivenparcours
Bij deze discipline is niet vooraf vastgelegd hoe een parcours wordt opgebouwd. De fantasie van de parcoursbouwer kent hier geen grenzen. Bij het kleiduivenparcoursschieten wordt gebruik gemaakt van alle mogelijke kleiduivenwerpmachines op alle mogelijke posten, hoeken, afstanden en manieren. Zo kennen we daar hoge torens, inkomende en afgaande duiven, dwars vliegende duiven, "hazen", "rabbits", "snippen" enzovoorts.

Kleiduivenparcours Compact
Bij Kleiduivenparcours Compact bestaat het gebied waarin de kleiduiven mogen “vliegen” uit een rechthoek met een breedte van ongeveer 40 meter en een diepte van 25 meter. Per parcours moeten er minstens 6 machines aanwezig zijn. De vliegrichting van de duiven dient zo gevarieerd mogelijk te zijn, waarbij een aantal vliegrichtingen verplicht zijn, namelijk:

ten minste 1 dwarsende duif van links naar rechts
ten minste 1 dwarsende duif van rechts naar links
ten minste 1 maar maximaal 2, afgaande duiven

Er wordt geschoten vanuit 5 poortjes die rechtlijnig naast elkaar staan, door 5 schutters tegelijkertijd. Het aantal te schieten duiven per ronde bedraagt 25 duiven; dus iedere schutter schiet per post 5 duiven waarvan de eerste 3 schoten enkele duiven zijn, waarop dubbel mag worden geschoten, en als laatste een doublet op schot of een doublet simultaan (gelijktijdig geworpen duiven).

Ook bij Kleiduivenparcours Compact mogen alle typen kleiduiven worden gebruikt, zoals battue, mini’s, midi’s, rabbits, enzovoorts. Het verschil met het gewone Kleiduivenparcours is het feit dat de duiven binnen een afstand van 25 meter beschietbaar moeten zijn; dat is bij Kleiduivenparcours verder en bovendien hoeft bij die discipline ook niet per se vanuit het poortje te worden geschoten, wat bij Compact wel het geval is.

Een overzicht van verenigingen en de door hen beoefende onderdelen is hier te vinden.